Gerard Höweler

Piramides, 2012

Bij de entree van het scholencomplex aan de Schepenenstraat in Gorkum staan twee opvallende granieten sculpturen: piramides met een driehoekige basis. Dat is bijzonder, want piramides hebben doorgaans een vierkant grondvlak. Deze subtiele afwijking geeft het kunstwerk een eigen karakter.

Verfijnde textuur
De ene piramide staat stevig en recht op de sokkel van Chinees graniet, terwijl de andere licht gekanteld is. Ze staan in een diagonale lijn ten opzichte van elkaar en lijken zich van elkaar af te bewegen. Ondanks het gebruik van graniet – een loodzware en keiharde steensoort – straalt het werk iets lichts en speels uit, mede dankzij de kantelende houding van een van de piramides.

De vlakken van de beelden zijn voorzien van een geribbeld patroon van verticale lijnen. Dit benadrukt het ruimtelijke karakter van het werk en geeft het een verfijnde textuur. De combinatie van moderne bewerkingstechnieken met traditioneel vakmanschap is typerend voor de werkwijze van de kunstenaar.

De beelden zijn geplaatst op initiatief van kunststichting Symposion, in het kader van de zogenoemde 1%-regeling. Deze regeling houdt in dat bij nieuwbouw, verbouw of aankoop van gebouwen door het Rijksvastgoedbedrijf – met een waarde van meer dan één miljoen euro – 1% van het budget wordt besteed aan kunst in de openbare ruimte.

Over de kunstenaar:

Gerard Höweler (1940–2021) werd geboren in Bandjermasin, op Borneo, waar zijn vader werkte als zendingsarts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gezin geïnterneerd in Jappenkampen. Zijn moeder, eveneens arts, verdween daar en is nooit teruggevonden.

Na de oorlog groeide Höweler op in Baarn. Na de middelbare school volgde hij een opleiding aan de Zeevaartschool in Amsterdam en voer daarna enige tijd op de grote vaart. Dat leven beviel hem echter niet. Tijdens zijn reizen ontmoette hij zijn latere vrouw, Yvonne Kracht, beeldend kunstenaar. Zij moedigde hem aan om zijn hart te volgen.

Op jonge leeftijd besloot Höweler alsnog kunst te gaan studeren. Van 1963 tot 1969 volgde hij de opleiding beeldhouwen aan de Gerrit Rietveld Academie, waar hij les kreeg van Carel Kneulman.

Als beeldhouwer werkte Höweler voornamelijk met grote natuurstenen, zoals monolieten en zwerfkeien. Zijn stijl kenmerkt zich door contrasten: natuurlijke vormen combineerde hij met geometrische structuren, ruwe oppervlakken met gepolijste zijden, gesloten vormen met open vlakken. Een terugkerend thema in zijn werk is de relatie met water – het statische karakter van steen tegenover de voortdurende beweging van water levert een spannende interactie op.