Kees Franse

Appel, 1974

Aan de Banneweg ligt iets bijzonders in het gras: een kunstwerk dat van de maker mag wegrotten. De enorme houten appel is gemaakt door de Rotterdamse kunstenaar Kees Franse. Stukje voor stukje opgebouwd en nu is zijn vrucht aan de natuur en ons.

Franse maakte eindeloos veel appels, vanwege de vorm. Hij speelde ermee: hij haalde de vorm uit elkaar, en bouwde die daarna weer op zijn eigen manier op in hout, lijnen en rasters. De appel is herkenbaar en eenvoudig – misschien is het kunstwerk daarom nog zo geliefd bij het publiek. Er zijn er nog meer te vinden in Nederland: op Schiphol en in Rotterdam liggen ze ook.

Het Gorinchemse exemplaar heeft een diameter van 2.20 m en is opgebouwd uit onbehandelde vurenhouten planken die op maat gezaagd zijn en vervolgens aan elkaar zijn gespijkerd met zo’n 10.000 spijkers zonder het gebruik van verf of andere preparatie middelen. Want volgens Franse wordt hout mooi als het gaat verweren. Hij werkte graag met hout, vooral toegankelijk hout dat op straat gevonden kon worden zoals vurenhout en waaihout dat voor sinaasappelkistjes gebruikt werd. De vergankelijkheid van dit materiaal hoorde erbij..

Zoals alle kunstenaars van het Symposion in 1974 was Franse gekoppeld aan een bedrijf uit Gorinchem en omstreken. Gelderhout bv. maakte plaats voor hem waar hij nauw samenwerkte met de mensen van het bedrijf. Die combinatie paste ook goed want Franse was ook een man van het ambacht.

Na alle noeste arbeid, er werd immers hard getimmerd en gezaagd aan de appel, was het tijd om deze dicht te maken. Op dat moment gooiden de werknemers van het bedrijf twee grote houten pitten erin, die ze zelf hadden gemaakt. Een knipoog naar de appel, én een vrolijke blijk van waardering voor een vruchtbare samenwerking.

Het houtbedrijf had zich zelf gemeld toen de organisatoren van het Symposion een oproep deden voor bedrijven om de nieuwe kunstwerken te sponsoren. Naar aanleiding daarvan werd Kees Franse als kunstenaar geworven. De organisatie zag zo dat er steeds meer enthousiasme voor hun project was en het steeds meer werd gedragen in de stad, bij bedrijven en door kunstenaars.

De appel die er nu ligt is  wel een replica. In de jaren 80’ werd het kunstwerk tijdens een protestactie meegenomen. Het rottingsproces had echter zijn werk gedaan en tijdens het transport kwam de appel ongelukkig ten val. Het werk viel onherroepelijk uiteen en was niet te redden. Kees Franse was inmiddels overleden, maar omdat het werk zo’n publiekslieveling was, heeft uiteindelijk een leerling van de kunstenaar een nieuwe Appel vervaardigd die nog altijd aan de Banneweg bewonderd kan worden.

Over de kunstenaar:

Kees Franse (1924-1982) woonde en werkte in Rotterdam, waar hij studeerde aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. Hij was kunstschilder, maakte grafiek, reliëfs en legde zich later toe op houten sculpturen.

In 1951 richtte hij mede de kunstenaarsgroep Argus op, samen met onder anderen Louis van Roode, die na de oorlog betrokken was bij projecten voor de wederopbouw van Rotterdam. De groep exposeerde gezamenlijk in de jaren vijftig. Het doel was het maken van kunst die kleur en plezier bracht in het dagelijks leven.

Als een van de winnaars van de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst in 1954 nam hij vervolgens deel aan de expositie Jeune Peinture Néerlandaise voor jonge schilders. Die was onder meer te zien in Egypte, Spanje en Zwitserland. Zijn werk was ook te zien op de Biënnale van Parijs.

Zijn kunst werd mede gewaardeerd door zijn toegankelijkheid en was daarom ook opgenomen bij tentoonstellingen van Hollandse hedendaagse kunst in Londen en Bonn. Bij de overzichtsexpositie in het museum Boijmans Van Beuningen na zijn dood, complimenteert museumdirecteur Wim Beeren hem. “Franse heeft zich het grote voorrecht verschaft om door zijn onderwerpen voor iedereen verstaanbaar te zijn, maar zijn ambitie als kunstenaar mikte met zijn appel-sculpturen en lijsten–reliëfs heel wat hoger.”

Franse haalde zijn inspiratie uit dingen in zijn directe omgeving, zoals appels en andere alledaagse vormen. In het begin van de jaren 1970 begon hij met het maken van appels uit waaibomenhout, sinaasappelkistjes en sloophout. Het leidde toen volgens het Parool tot zijn bijnaam ‘appelzager’. Zelf noemde hij zich met zijn karakteristieke humor timmerman.

Zijn werk is opgenomen in toonaangevende museale en stadscollecties zoals het Boijmans van Beuningen, Museum Arnhem, in stadscollectie Rotterdam, de Rijkscollectie. Op Schiphol ligt eveneens een appel die volgeschreven is door vertrekkende en arriverende reizigers.

Sponsors :

Gelderhout b.v.