Kenneth Martin

Fontein, 1974

Loop om dit kunstwerk heen. Kijk door uw oogharen hoe het water beweegt van boven naar beneden, van het ene naar het andere plateau. Als een spiraal. Zie hoe druppels het licht pakken en kleur krijgen door zon en schaduw van prachtige bomen. Spits ook de oren en hoor het steeds veranderende ritme, de muziek van water. Zo componeerde Kenneth Martin in 1974 zijn fontein op het Melkpad, waar nu het Joodse monument staat.
Het kinetische kunstwerk – dat betekent dat het beweegt – vroeg uiterste precisie. Gelukkig had hij hulp van collega-kunstenaars. Urenlang was de Engelse kunstenaar in Gorinchem bezig om alle delen goed af te stemmen. Die waren gemaakt bij Rijkaart in Asperen, wereldwijd leverancier van bakkerijmachines. Het maken van een fontein was een ander staaltje. De maten van de platen waren afwijkend, gebaseerd op het bestaande achthoekige bassin op het Melkpad. Martin paste zijn systeem toe ‘van toeval en orde’.
Sinds 1974 heeft het fontein een hele reis achter de rug. Het werk is kwetsbaar. In de stad zagen feestgangers er een klimpaal in, de meerkoeten in het stadspark een moderne manier van huisvesting. Ze bouwden nesten tussen de platen. Nu valt het fontein onder de bescherming van het Natuurcentrum.
Over zijn werk zei Kenneth Martin: “Al vele jaren hebben al mijn werken te maken met beweging. Constructie door beweging, actuele beweging, verandering.”

Over de kunstenaar:

Kenneth Martin (1905 – 1984) was de oudste deelnemer aan Symposion 1974. Tot na de Tweede Wereldoorlog schilderde hij figuratief. Maar vanaf de jaren ’50 koos hij voor abstracte, constructivistische kunst: schilderijen, grafiek, reliëfs en bewegende sculpturen. Samen met zijn vrouw Mary Martin en Victor Pasmore was hij een leidende figuur in de heropleving van het constructivisme.

Vooral de spiraal fascineerde hem. Die is ook terug te zien in de screw mobiles, de draaiende mobielen die hij ontwierp in allerlei materialen zoals messing en staal. Ze zijn nog steeds te zien in onder andere het Tate Museum in Londen.

In de jaren ’60 begon hij te experimenteren met toeval – met kunst die ontstaat vanuit het onverwachte. Martin gaf les aan verschillende kunstacademies in Engeland. En dat bleef niet zonder gevolg: tijdens Symposion 1974 kwam zijn oud-leerling Norman Dilworth spontaan naar Gorinchem. Enthousiast geraakt door het idee van het beeldenproject, pakte hij een stuk hout op van straat en begon te werken. Hij maakte er een totempaal van, die hij neerzette op een braakliggend terrein. Geen officieel onderdeel van het programma – maar wel een welkome toevoeging en helemaal in de geest van Symposion. Net zo plotseling als de Totempaal verscheen, verdween het beeld ook weer op mysterieuze wijze.

Sponsor:

  • Machinefabriek C. Rijkaart bv